In ons vorige bericht vertelden we hoe De Natuurverdubbelaars is opgericht om de achteruitgang in biodiversiteit te doen keren, en hoe lastig het bleek om het bedrijfsleven hier bij te betrekken. In dit bericht vertellen we over de belangrijkste lessen die wij geleerd hebben op onze journey rondom bedrijven en biodiversiteit.

#1 Bied direct handelingsperspectief

Wie aan de slag wil met biodiversiteit krijgt al gauw te maken met ingewikkelde rekenmodellen en wetenschappelijke publicaties, benchmarking, kleine stapjes in de marge en de complexiteit van de supply chain. We merken dat bedrijven van deze methodes schrikken. Ook veel bedrijven die echt een positieve impact op biodiversiteit willen bewerkstelligen haken af. Als belangrijkste reden wordt complexiteit en te weinig impact genoemd. Enkele koplopers hebben juist wel fors geïnvesteerd in het verbeteren van de methodologie om biodiversiteit te meten, maar merken ook dat na jaren van onderzoek er nog steeds weinig handzame en toegankelijke methodes zijn, die eenvoudig breed kunnen worden uitgerold. Hoe zorgen we ervoor dat we niet blijven wachten tot we de volgende krantenkop voorbij zien komen met slecht nieuws over de achteruitgang van de biodiversiteit? Waarom zou je morgen al niet iets kunnen veranderen? Dit heeft ons aan het denken gezet en wij denken dat dit anders kan.

#2 Talk business

Samenwerken kun je pas wanneer je dezelfde taal spreekt. Dat betekende voor De Natuurverdubbelaars de wereld, beweegruimte en taal van bedrijven beter snappen én leren spreken. Oprichter Erwin van Woudenberg richtte daarom een tweede bedrijf op, Sterkur, dat fysio-therapie producten produceert met een positieve impact op de aarde. “Pas toen ik zelf in de wereld van inkoop, marges en supply chains moest werken, merkte ik pas hoe lastig het is om winstgevend te zijn en tegelijkertijd aan de aarde te denken”. Een waardevol les? Zeker. Dat betekende dat we zijn gaan zoeken naar manieren om impact op biodiversiteit te koppelen aan de bedrijfsprocessen, en naar manieren die voor het bedrijven eenvoudig zijn te implementeren.

#3 Focus op het landgebruik in het begin van de keten: landbouw en primaire productie.

In bijna al onze projecten kwamen we tot de zelfde conclusie: de grootste impact op planten en dieren ligt aan het begin van de waardeketen. Bij boeren dus. Van de katoen in kleding, de palmolie in shampoo tot aan de rubber in een stressballetje. Voor het onttrekken van deze grondstoffen of verbouwen van deze gewassen wordt regenwoud gekapt, worden giftige bestrijdingsmiddelen gebruikt of wordt de grond uitgeput. Al deze handelingen zorgen ervoor dat we 1000 – 10.000x sneller dan normaal dier- en plantensoorten verliezen en bovendien waardevolle ecosysteem-diensten verliezen die voor ons mensen cruciaal zijn. Door een focus op het landgebruik aan het begin van de keten, wordt biodiversiteit al een stuk beter behapbaar en kun je op basis van het 80/20 principe al direct aan de slag en impact maken.

#4 Geloof in boeren

Hoewel de grootste impact van producten vaak in de landbouw ligt, betekent dit niet dat boeren de boemannen van het verhaal zijn. Door ontzettend efficient ingerichte, kosten-gedreven ketens hebben boeren ontzettend weinig bewegingsruimte om bij te dragen aan verduurzaming en lange termijn doelstellingen. Dit geldt zowel in Nederland, als internationaal. Dit betekent niet dat we boeren beter moeten vertellen wat goed voor ze is. Uit onze veldbezoeken in o.a. Kenia, Ghana, Tanzania, Mexico, China en Indonesië kregen we vertrouwen dat boeren vaak zelf de antwoorden hebben om tot een écht duurzamere manier van productie te komen. Mits ze juiste middelen hebben. Concreet betekent dit zorgen voor meer inkomen en investeren in persoonlijke relaties om samen te kijken waar de verbeteringen liggen.

We hebben van al deze lessen geleerd en een nieuwe aanpak ontwikkeld die het mogelijk maakt om als bedrijf wél een positieve impact te hebben op biodiversiteit. Volgende week delen we deze nieuwe aanpak: The Short Circuit Project.